Planten van droge én natte milieus
De flora rond Mierlo is gevarieerd doordat droge zandgronden, bossen, akkers, beekdalen, heide en vennen dicht bij elkaar liggen. Op droge heide domineren soorten die aan voedselarme zandbodems zijn aangepast, terwijl natte laagten heel andere vegetaties dragen.
Op de Strabrechtse Heide noemt Staatsbosbeheer onder meer struik- en dopheide en rond vennen bijzondere planten zoals zonnedauw en waterlepeltje. In bosgebieden bestaat de vegetatie uit aangeplante en spontaan ontwikkelde boomsoorten, struiken, grassen en kruiden.
Van productiebos naar meer variatie
In delen van Molenheide wordt gewerkt aan een grotere biodiversiteit. Monotone naaldbossen kunnen geleidelijk worden aangevuld met loofbomen en struiken. Zo ontstaat een gevarieerder bos dat beter bestand kan zijn tegen droogte, ziekten en klimaatverandering.
Een volledige soortenlijst hoort niet in dit overzichtsartikel; waarnemingen worden per natuurgebied en bron apart bijgehouden.
