Waterputten en bewoningssporen
Na de Merovingische periode bleef het gebied rond de latere Luciakerk belangrijk. Archeologisch onderzoek heeft sporen uit de Karolingische tijd opgeleverd. Bij Bethanië werd naast het Merovingische graf een jongere waterput gevonden, opgebouwd uit een uitgeholde boomstam met daarboven een houten bekisting.
Ook bij onderzoeken rond de Luciakerk kwamen vroegmiddeleeuwse sporen aan het licht. De archeologische catalogus vermeldt bewoningssporen uit ongeveer 650 tot 900 na Christus en latere middeleeuwen. Waterputten, paalsporen en gebouwresten wijzen op bewoning en dagelijks gebruik van het terrein.
De omgeving van de kerk als historisch kerngebied
De vondsten maken de omgeving van de huidige kerk tot een van de belangrijkste archeologische zones van Mierlo. Ze bewijzen echter niet dat het huidige stratenpatroon of het latere dorp toen al bestond. Wel laten ze zien dat hier in de Karolingische periode een betekenisvol bewonings- en begravingsgebied aanwezig was.
