Na de Romeinse tijd
De vroege middeleeuwen vormen een cruciale fase in de ontstaansgeschiedenis van Mierlo. Uit deze eeuwen zijn in de omgeving van Bethanië en de huidige Heilige Luciakerk belangrijke archeologische sporen gevonden. Ze laten zien dat het gebied ook na de Romeinse periode werd gebruikt voor bewoning en begraving.
Vooral de vondsten uit de Merovingische en Karolingische tijd zijn opvallend. Een Merovingisch graf met wapens en een iets jongere Karolingische waterput wijzen op menselijke aanwezigheid in het gebied dat later een centrale plaats in de dorpsgeschiedenis zou krijgen.
Naar een middeleeuws bewoningsgebied
In latere vroegmiddeleeuwse en volmiddeleeuwse lagen zijn onder meer waterputten, gebouwsporen en andere nederzettingsresten gevonden. Daarmee ontstaat langzaam een archeologisch beeld van een landschap waarin wonen, begraven en agrarische activiteiten dicht bij elkaar voorkwamen. Wanneer daaruit precies een samenhangende dorpsgemeenschap met de naam Mierlo ontstond, is niet exact vast te stellen.
