Encyclopedie-artikel

Het natuurlijke landschap rond Mierlo

Op de overgang van droge en natte gronden

Het landschap rond Mierlo behoort tot het Brabantse zandgebied. Hogere dekzandruggen, oude akkers, heideontginningen, bossen en lager gelegen beekdalen liggen dicht bij elkaar. Juist die afwisseling verklaart waarom het buitengebied nooit één uniform landschap is geweest.

Ten oosten en zuidoosten van Mierlo ligt het beek- en natuurgebied rond de Goorloop en Sang en Goorkens. Ten westen en zuidwesten liggen bosrijke zandgronden zoals Molenheide en Luchenseheide. Verder naar het zuiden sluit het landschap aan op de Strabrechtse Heide en Beuven. Aan de noordzijde vormt Gulbergen een veel jonger, door menselijk gebruik sterk gevormd landschap.

Natuur én cultuurlandschap

Veel gebieden die tegenwoordig als natuur worden ervaren zijn mede door menselijk gebruik ontstaan. Heide werd begraasd en geplagd, bossen werden aangeplant, beekdalen werden ontwaterd en landbouwgronden werden verkaveld. Later zijn delen juist weer ingericht voor natuurontwikkeling, waterberging en recreatie.

Het huidige Mierlose landschap is daarom het resultaat van zowel natuurlijke processen als eeuwenlange menselijke ingrepen.